Over de kredietverlening door de Nederlandse banken aan het mkb bestaan de nodige vooroordelen. Soms kloppen die, soms ook niet. In Forward gaat de Nederlandse Vereniging van Banken in op het waarheidsgehalte van enkele veelgehoorde veronderstellingen.

1.

Banken hanteren strengere acceptatiecriteria in vergelijking met de periode vóór de economische crisis, omdat de gemiddelde toekomstige terugbetaalcapaciteit van het mkb is afgenomen. Dit is het gevolg van gedaalde bedrijfsresultaten en verslechterde marktomstandigheden.
Vóór de crisis leenden banken gemakkelijk geld uit omdat ondernemersplannen vaak goed te realiseren waren. Het mkb kwam dus relatief eenvoudig aan financiering voor hun plannen. Tijdens de crisis zagen de banken de verliezen sterk oplopen en bleek de ruime kredietverlening niet langer verantwoord. Ook toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) heeft hierop gewezen. Sindsdien kijken banken strikter of een financieringsaanvraag past binnen het risicoprofiel voor bancaire financiering. Voor het wel of niet honoreren van een kredietaanvraag kijkt de bank naar de terugbetaalcapaciteit van de onderneming. Een bank vereist immers dat een ondernemer zijn financiering kan terugbetalen. Mocht het met de onderneming onverhoopt niet gaan zoals verwacht, is het niet de rol van bankfinanciering om als eerste garant te staan voor de eventuele verliezen. Daarom moeten ondernemingen een financiële buffer hebben. Het eigen vermogen vormt deze buffer. Door de afgelopen jaren van economische tegenwind zijn deze buffers bij veel ondernemingen aangetast, terwijl veel Nederlandse bedrijven al met een beperkt eigen vermogen de crisis ingingen. Hierdoor is het eigen vermogen van veel bedrijven uitgehold. Dit beperkt momenteel de mogelijkheden voor die ondernemers om bankfinanciering aan te trekken. Banken hebben namelijk de verantwoordelijkheid om een financiering alleen te verlenen als de risico’s acceptabel zijn.

2.

Financieringsaanvragen van het mkb zijn regelmatig onvoldoende onderbouwd. Hierdoor nemen banken aanvragen niet in behandeling of wijzen de aanvragen direct af.
Wanneer plannen (financiële) onderbouwing missen of onvolledig zijn, wijzen banken inderdaad een aanvraag af of nemen deze niet in behandeling. En datzelfde gebeurt wanneer bedrijven niet voldoende aantonen dat zij beschikken over een gezonde bedrijfsbalans. Het is dus belangrijk dat ondernemers goed voorbereid op zoek gaan naar financiering. De NVB vindt het belangrijk om ondernemers op weg te helpen bij het opstellen en onderbouwen van de financieringsaanvraag en bij het schrijven een businessplan. Voor meer informatie kunnen ondernemers terecht op Forwardinfinanciering.nl voor de checklist bancaire financieringsaanvragen.

3.

Banken verstrekken niet graag kredieten aan het kleinbedrijf, omdat dit voor banken een verliesgevende aangelegenheid is.
Bij het mkb bestaat deze perceptie ten onrechte. Kredietverlening aan het kleinere mkb is een kernfunctie voor banken en de Nederlandse grootbanken hebben ongeveer 15 miljard euro aan kleine kredieten tot 250.000 euro uitstaan. Alleen al daaruit blijkt hoe belangrijk het kleinbedrijf voor banken is. In verhouding met andere financieringsvormen is dat heel veel geld. Zo hebben bijvoorbeeld crowdfunding en kredietunies bij elkaar ongeveer 151 miljoen euro gefinancierd.

4.

Het mkb is voor financiering te zeer afhankelijk van de Nederlandse banken, aangezien er nauwelijks alternatieve vormen van financiering bestaan.
Gebleken is dat het mkb van oudsher inderdaad voornamelijk gebruik maakt van bancaire financieringen en in beperkte mate van risicokapitaal of hybride financieringsvormen. De NVB vindt dat iedere ondernemer passende financiering moet kunnen vinden en helpt ondernemers daarom graag op weg bij het bepalen van de financieringsvormen die passen bij de ondernemingsplannen en situatie. Dat doet de NVB in samenwerking met bijvoorbeeld MKB-Nederland via www.nationalefinancieringswijzer.nl. Belangrijk is dat de ondernemer het bestaan van verschillende financieringsvormen zoals crowdfunding en leasing kent. In de toekomst en ook nu al wordt het combineren van verschillende vormen van financiering steeds belangrijker. De banken ondersteunen dergelijke nieuwe vormen, omdat ze merken dat de behoefte hieraan groot is. Met kennis en ervaring willen banken helpen om nieuwe financieringsvormen verder tot wasdom te laten komen.

5.

Met name relatief ongezonde mkb-bedrijven vragen krediet aan. Daarom is het logisch dat banken relatief vaak kredietaanvragen afwijzen.
In vergelijking met andere landen worden in Nederland door het mkb minder financieringen aangevraagd. De ondernemingen die wel krediet aanvragen, staan er financieel vaak slecht voor en dat wordt ook bevestigd door DNB. Verliesfinanciering verstrekken banken sowieso niet. Daarnaast wordt geconstateerd dat veel ondernemingen momenteel werkkapitaal aanvragen. Dit type financiering is naar zijn aard risicovoller en meer volatiel. Voor het verkrijgen van werkkapitaalfinanciering is een goede onderbouwing van de financieringsaanvraag essentieel. De ondernemer moet duidelijk uitleggen waarvoor en hoe hij of zij het werkkapitaal wil inzetten. Ook is een gedegen onderbouwde prognose met oog voor ‘slecht weer’-scenario’s belangrijk, want ook bij eventuele onverwachte tegenslagen vereist bancaire financiering dat de kans op verliezen beperkt is.

6.

Een sterke vermogenspositie van het mkb is voor Nederlandse banken een noodzakelijke voorwaarde voordat krediet wordt verleend.
Een bank is er om het minst risicodragende gedeelte van de financiering van de onderneming te verstrekken. Dat zijn gedekte leningen, met een redelijk voorspelbare terugbetalingscapaciteit. Dat wil zeggen dat deze financieringen zijn gebaseerd op de cashflow van de onderneming en de gestelde zekerheden. Een bank is er niet om te voorzien in risicodragend vermogen. Daarvoor kunnen ondernemers bijvoorbeeld aankloppen bij private investeerders, crowdfunding, of familie en vrienden. De vermogenspositie van een ondernemer moet van voldoende niveau zijn om voor bancaire financiering in aanmerking te komen.